JUDKA schrijft

 

ik zoek een manier om te wachten

een herinnering voor dicht op je oren

 

Er waren dagen dat ik vrij was

waar de wind is

waar de wolken je verhalen vertellen

waar  het zandpad je leidt

waar ik met ‘met losse handen’

nieuwe werelden ontdekte

 

Er waren van die dagen dat er vrijheid was

 

Hoe mijn trappers, mijn voeten

hoe mijn voeten op de trappers

de wind vertrapte

op mijn blauwe BMX

Mijn fiets

mijn stoere fiets

ik had van  die zwarte stootranden

 

op mijn land

 

die dagen

er waren van die dagen

van die spaarzame dagen

dat de wind mij mee zat

 

de  straten

de pleinen

nooit leeg of verlaten

op elke hoek

achter iets

of ergens tussen

in iedere bocht

 

een vermoeden

 

altijd

 

waar

altijd

waar

op elke hoek

achter iets

of ergens tussen

in iedere bocht

 

was het daar                        of niet

 

binnen in het klaslokaal bij Juffrouw Leijten

bij de stoeprand, beneden

de bordeaux rode renault

En als ik dan uit het raam keek)

stond hij daar?

of niet

ik wil weg uit dat bos

die weg van Teteringen naar Rijen

de bushalte

dat Brabantplein

die poortjes

van overal opduiken

van overal wegduiken

 

Of toen op een zondag, ik was net zeven

bij de koelkast

mijn vader, moeder, zus , oma zitten in de woonkamer ernaast

Hij houdt de deur open

Ik pak iets uit de rechterschap en dan

 

´vanaf nu moet jij mij altijd gehoorzamen”

 

stilte

 

roomtoon

 

klok die tikt

 

ik wil weg uit dat bos                                                                  

die weg van Teteringen naar Rijen

de bushalte

dat Brabantplein

die poortjes

van overal opduiken

van overal wegduiken

 

 

uren tellen

ik moet uren tellen

is het goed als ik hier even plaatsneem

 

het hing in de lucht

 

 

ik wil hier alleen maar even zitten

zo waren de straten

 

                                               (zo waren de pleinen                  

                                               nooit leeg of verlaten)        Ik wil hier niet gezien worden

ik wil hier alleen maar even zijn

 

 

op elke hoek

achter iets

 

waar

op elke route

is hij daar

of niet

 

vroeger en nu

lopen door elkaar heen

in de dagelijkse bezigheden

opstaan, wassen,

aankleden

het zijn echo’s uit de ruimte

van tijd en van ongenade

ver verleden snijdt door

zoals hoe de wind dat kan

op plekken

waar zij van binnen uit

het  ijs afkrabben

moet ik

via bevroren wegen

terug

 

voetstappen op de trap                                                                            

op de gang

sleutel

deur

kraakt open

tik

op de gang

sleutel

deur

kraakt open

Ik ben er niet

ik ben er nooit geweest

               

ik sta op

ik kleed mij

 

en draag mij

 

ik baad

 

ik baad mij ergens van schoon

 

maar zeker ervan ben ik ook niet

 

het ademt in mij

gromt

bonkt

beukt

 

Ik heb ervan gehoord dat men dat vaker doet

 

Je zou kunnen zeggen dat ik er ben geweest

in het huis waar ik nooit naar binnen ben gegaan

 

(waar) het muf ruikt

viezig is en koud

zijn grillen

bek dicht en naar binnen

op schrik jaagt

de

tredes  die kraken

daar waar ik niet op wil dagen

de handen vast achter

deuren

die in de sloten vallen

licht verdwijnt

in donker zicht

waar

de muren

de verhalen dragen

daar verdwijn ik

waarheen

zal niemand vragen

zonder geruis

vertrek ik stil

Niemand heeft het toch gezien

En niemand zal het weten

Zo is het gegaan

Ik was het allang vergeten.

‘t  Huis waar ik niet was

waar ik nooit naar binnen ging

zo zal  ik het niet meer noemen

%d bloggers liken dit: